Joods Zwolle

Davidson-Salomon, Isidore en Bertha

Barend Davidson werd op 6 juli 1837 in Zwolle geboren. Hij was de zoon van Izaak (of Abraham Isaac) Davidson en Lena (Leentje) Schaap.
Barend was slager van beroep en op 27 augustus 1870 trouwde hij in Hoogeveen  (Drenthe) met Johanna van der Wijk die op 13 maart 1843
aldaar geboren was. Johanna stierf op 18 oktober 1880 in Zwolle. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren:

Helena, die op 15 juni 1871 in Zwolle geboren werd en op 15 juni 1897 (op haar 26ste verjaardag) in het  huwelijk trad met Izak Cohen die op
31 mei 1865 in Hellevoetsluis geboren was. Ze zijn helaas beiden gedurende de Tweede Wereldoorlog opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd
waar ze beiden op 15 oktober 1942 omgekomen zijn.

Henriëtte werd op 1 juni 1873 te Zwolle geboren. Ook zij kwam in Auschwitz om en wel op 21 januari 1943.
Abraham Davidson Bron: Vera Karo-Davidson


Abraham werd op 10 juni 1875 in  Zwolle geboren. Op 16 februari 1903 trad hij in Zwolle in het huwelijk met  Louise de
Jong die op 7 september 1879 daar geboren was. Haar ouders waren Hartog de Jong en Grietje Polak. Louise overleed
in Zwolle op 2 maart 1921. Abraham kwam om in Auschwitz op 9 oktober 1942.







Louis Davidson werd in 1878 in Zwolle geboren. Hij trouwde op 9 augustus 1906 met Veronica Bilderbeek. Veronica werd op 25 maart 1880 in
Zwolle geboren als dochter van Isaac Bilderbeek en Betje Stibbe. Louis Davidson overleed in Zwolle op 1 mei 1939. Zijn vrouw Veronica werd
op 12 februari 1943 in Auschwitz vermoord.

Isidore werd op 15 april 1879 in  Zwolle geboren. Toen hij amper anderhalf jaar oud was, overleed zijn moeder.  Zijn vader ging een tweede huwelijk
aan met Sara de Leeuw die in 1842 in Delden Stad geboren was. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen voortgekomen,  waarvan er helaas twee levenloos
geboren zijn en een,Marcus, geboren op 10 februari 1885, slechts vier dagen geleefd heeft. Sara overleed in Zwolle op 20 juli 1915.

Isidore volgde in de slagersvoetstappen van zijn vader en zijn broer Abraham en werd als slagersleerling naar Dulmen in Duitsland gestuurd. Daar
ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, Bertha Salomon, die net als Isidore,  ook een slagerskind was. Bertha was op 1 januari 1875 geboren. Na hun
huwelijk vestigden ze zich in Dulmen.
Bertha en Isidore Davidson-Salomon in de jaren dertig van de twintigste eeuw
Bron: Hans Davidson

Isidore en Bertha kregen vier kinderen die allen in Dulmen geboren werden. Herman, Johanna, Walter Barend (14 februari 1910) en Adolf/Dolf
(6 december 1918). In 1938 toen het Nazi regime het hen onmogelijk maakte in hun bedrijf te blijven werken, vertrokken ze naar Nederland waar
ze in Zwolle gingen wonen met hun zonen Walter Barend en Dolf die allebei slagersbediende waren.
Walter Barend Davidson
Bron: Hans Davidson

Omdat ze Nederlandse staatsburgers waren, werd hen toegestaan meubels en andere huishoudelijke  bezittingen mee te nemen, maar ze mochten
geen geld uitvoeren en ook hun huis en winkel konden ze niet verkopen. Isidore en Bertha woonden in de Venestraat 3, waar ook hun slagerij was.
Isidore overleed in 1939 na een verkeersongeluk en de zaak werd door zijn zonen voortgezet. Toen de Duitse bezetter  Joden niet meer op de veemarkt
liet kopen, kochten ze vlees illegaal in en konden zo nog enige tijd door gaan.

Herman vestigde zich in Rotterdam en verdiende de kost als winkelbediende. Johanna trouwde met Peter de Vries en immigreerde met hem naar
Australië.

Walter Barend werd op 2 oktober 1942 opgepakt en naar Westerbork gestuurd. Hij heeft vandaar uit nog een afscheidsbrief aan zijn familie kunnen sturen
en is later naar Auschwitz gedeporteerd. Hij is daar op 30 april 1943 omgekomen.

Dolf trouwde op 11 augustus 1942 in Zwolle met Saartje (Zus) Jakobs die op 28 augustus 1922 in Zwolle  geboren was. Haar ouders waren Daniël
Jakobs (Emmen, 17 mei 1894) en Sophia Jakobs-Cohen (Tilburg, 29 oktober 1895). Dolfs moeder, Bertha, woonde samen met Dolf en Zus in de
Venestraat. Ze werd opgepakt en naar Sobibor gedeporteerd waar ze op 16 april 1943 omgekomen is.
De winkel van Daniël Jakobs in de Nieuwe Haven.
Bron: Hans Davidson.

Daniël Jakobs was in 1919 een winkel in electrische artikelen begonnen in de Nieuwe Haven (nu de Luttekestraat). Jaren later breidde hij
de zaak uit – samen met zijn zwager Sam Boektje uit Kampen – en voegde sportartikelen bij het assortiment. Uiteindelijk verhuisde de zaak
naar de Grote Markt 8.Behalve hun dochter Saartje die met Dolf Davidson getrouwd was, had het echtpaar Jakobs nog een dochter,
  Betje (Beppie), die op 1 april 1920 geboren was. Beppie werkte als leerlinge op de financiële administratie van het bekende modehuis
“Maison de Bonnetrie” in Amsterdam. Later keerde ze naar Zwolle terug waar ze in haar vaders zaak werkte, zelfs toen de winkel al door
een vriendelijke Arische beheerder (Verwalter) overgenomen was.
Sophia en Daniël Jakobs met hun dochters Beppie en Saartje.
Bron: Hans Davidson.

Toen Beppie 16 jaar oud was, was ze op Mozes (Maurits) Wijnberg verliefd geworden. Maurits was de jongste zoon van Samuel Asser Wijnberg
en Alida Wijnberg Nathans. Samuel en Alida waren de eigenaren van het bekende koshere hotel Wijnberg op de Veemarkt in Zwolle en Maurits
werkte daar als kelner. Op 11 augustus 1942 trouwen de twee zusjes Jakobs. Zus trouwt met Dolf Davidson en Beppie huwt Maurits Wijnberg.
De Nazi’s geven de echtparen toestemming om op straat te komen en hun receptie op de eerste verdieping van de Jakobs’ familiezaak op de Grote
Markt te houden. Ze worden dan wel door een bewaker begeleid en Beppie kan ook niet bij haar man Maurits gaan wonen, daar Joden niet meer
mogen verhuizen.
Saartje en Dolf Davidson-Jakobs op hun huwelijksdag
Bron:Hans Davidson
Beppie en Maurits Wijnberg-Jakobs op hun huwelijksdag Bron:Hans DavidsonBeppie en Maurits Wijnberg met Selma (Maurits’ zuster) in het midden. Op de achtergrond Alida Wijnberg. Bron:Hans Davidson

Later in 1942 wordt Maurits opgepakt en naar Westerbork gestuurd. Vandaar wordt hij naar Auschwitz  gedeporteerd waar hij op 31 januari 1943
omkomt.Zijn vrouw Beppie wordt eveneens opgepakt, vermoedelijk samen met haar schoonmoeder Alida Wijnberg-Nathans met wie ze een hechte
band had. Ook zij worden via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd en beiden komen op 12 oktober 1942 om het leven.

Dolf en Zus overleven de Holocaust. Hoewel ze gedurende een grote razzia op de avond van 7 oktober 1942 opgehaald worden, heeft een
meniscusoperatie die Dolf niet lang daarvoor ondergaan had, hun leven gered. Een Duitse soldaat die ziet dat Dolf nauwelijks kan lopen,
vraagt hem wat er aan de hand is. Als Dolf over zijn recente  meniscusoperatie vertelt, antwoordt de soldaat dat ook hij niet lang geleden eenzelfde
operatie ondergaan heeft. Hij staat hem toe naar huis te gaan en zegt tegen Zus om ook stilletjes mee te gaan. Daarna duikt het echtpaar onder en
overleeft  zo de oorlog. Bron: Ad van Liempt: "Selma, de vrouw die Sobibor overleefde", uitgeverij Verbum, Laren NH (2010). Na de oorlog zetten ze
de zaak in sportartikelen voort, later onder de naam “Jakobs Sport”. De traditionele  taakverdeling bij de familie was zo dat de man kocht en verkocht
en de vrouw voor de boekhouding zorgde. Zo was het ook bij Dolf en Zus. Toen Dolf  55 jaar werd, sloten Zus en hij de winkel. Het pand is verhuurd
en nog steeds in het bezit van de familie Davidson.

Dolf en Zus waren trotse Joden, maar ze waren niet religieus. Ze zeiden: “Als er een God had bestaan, had de oorlog nooit plaats gevonden.”

Ze hadden veel vrienden waaronder ook verschillende Joodse families uit Zwolle, zoals Charlie en Jos Palm en Jo en Mientje van Gelderen-Stibbe.
Daniël en Sophia Jakobs, de ouders van Zus, waren goede vrienden geweest van Andries en Lena Troostwijk-van Tijn. Omdat de Jakobsen in
Auschwitz omgekomen waren,namen hun dochter en haar man die vriendschap als het ware over en zorgden voor Lena Troostwijk nadat
haar man Andries in 1954 aan de ziekte van Parkinson overleden was. Lena woonde boven de winkel van de Jakobsen, aan de Nieuwe Haven 4b,
waar haar twee oudere broers, de veehandelaars Leo en David van Tijn, ook gewoond hadden. Lena had haar beide zonen, Maurits Nathan en Nathan,
die evenals hun vader banketbakker waren, in Auschwitz verloren. Ze stond in Zwolle bekend als “Lena met de bienties” omdat ze dikke benen had
vanwege lymfoedeem. Gedurende haar laatste levensjaren leed ze aan de ziekte van Alzheimer en woonde ze in het verpleeghuis “De Joodse Invalide”
in Amsterdam.

Dolf en Zus woonden aan de Oude Veerweg 60. Ze verzamelden Zwols antiek en hadden een stal met IJslandse pony’s. Ze doneerden veel geld aan
goede doelen, waaronder Israël en gaven ook renteloze leningen aan studenten die zelf hun studie niet konden betalen. Ze kregen twee kinderen die
beiden in Zwolle geboren werden. Hans werd op 17 maart 1946 geboren en Donald in 1950. Helaas overleed Donald op 15-jarige leeftijd toen op weg
naar het gymnasium een aneurysma in zijn brein openbarstte.


Donald Davidson Bron: Hans Davidson
Hans studeerde af in medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam en specialiseerde zich daarna in verloskunde, gynaecologie en
reproductieve endocrinologie in de V.S..Op het ogenblik is hij professor in deze materie aan de Western University of the Health Sciences
in Pomona,Californië. Hij heeft twee kinderen, Dennis en Sarah, van zijn eerste huwelijk en is nu met Kathi Marquardt getrouwd.
Nu zijn kinderen volwassen zijn, verdeelt hij zijn tijd tussen de V.S. en Zwolle.
Hans Davidson en familie Van links naar rechts: Hans (1946), Dennis (1979),
Sarah (1982),Dolf (1918), Kathi (1955), Saartje/Zus (1922). Bron: Hans Davidson.


Dolf Davidson overleed in Zwolle op 12 december 2004 en Zus stierf op  9 augustus 2008.

.
Top of Page