Joods Zwolle

Van Dam-Hoofien, Moritz en Jette

Moritz van Dam werd geboren in Zwolle op 3 november 1857. Zijn vader was Aron van Dam, geboren in Zwolle omstreeks 1812. zijn moeder was
Marrigje van Duren, geboren in Zutphen op 11 juli 1826. Aron en Marrigje trouwden op 2 december 1856 in Zutphen.
Moritz van Dam op oudere leeftijd
Bron: Ben de Vries

Arons vader was Mozes Elias van Dam (Amsterdam, geboren 15.06.1783) , zijn moeder Jette Aaron Levy van Minden (9.02.1797 – 4.12.1856).
Zij zijn op 21 juni 1811 in Zwolle voor de wet en in de Sjoel  getrouwd.

Moritz werd vernoemd naar zijn grootvader Mozes Elias. Hij was handelsreiziger en vertegenwoordiger in textielprodukten. Kort nadat Moritz getrouwd
was met Jette Hoofien (geboren in Steenwijk  op 27 januari 1863), verhuisde het echtpaar naar Amsterdam. Dat moet omstreeks 1884 zijn geweest; Jette
was toen 21 jaar. De trend van die tijd was dat vele Joden naar 'de grote stad' verhuisden, zo ook zij. Het echtpaar woonde in Amsterdam Oost aan
het ’s-Gravesandeplein 111. Ze behoorden tot de Joodse middenstand, maar de godsdienst speelde geen rol in hun dagelijks leven. Zij leefden
spaarzaam, maar waren gul en hartelijk.

Het huishouden van Moritz van Dam was, praktisch gesproken, een vrouwen-huishouden: naast oma Jette telde het gezin twee dochters, Wilhelmina
(Mies) van Dam, geboren in 1892,en Helena (Lenny) van Dam (Amsterdam,1.12.1894 – Amsterdam, 14.7.1971). Verder maakte een zuster van Jette,
Pareltje (tante Lie)deel uit van het gezin.Geregeld kwamen twee andere zusters op bezoek, en ook de enige broer van Jette , Max Hoofien. Hij verkondigde
zijn politieke en andere meningen met veel vuur. Opa Moritz was veel rustigervan aard, rookte met smaak zijn pijpje  en las zijn krant met veel interesse.

Moritz had een jongere broer, Eduard van Dam. Eduard trouwde met Corrie (achternaam onbekend).  Ze kregen een dochter, Emmy (die later trouwde
met Van Zuiden); zij woonden aan de Weteringschans in Amsterdam. Het was Eduard die in Nederland de bekende sigarenbandjes-rage introduceerde.
Andere broers en zusters zijn ons niet bekend, ofschoon de naam B. van Dam in een boek van de familie prijkt.
Wilhelmina (Mies) van Dam
Bron: Ben de Vries
Helena (Lenny) van Dam Bron: Ben de VriesDavid de Vries Bron: Ben de Vries
Helena trouwde op 21 juni 1922 met David de Vries (Amsterdam, 3.8.1894 – Herzliah, 28.7.1985).
David en Helena kregen een tweeling in 1923, Benjamin en Maurits de Vries. Ben heeft (met medewerking van Maurits) de gegevens verstrekt voor dez
biografischeaantekeningen. Maurits is genoemd naar zijn grootvader Moritz van Dam en diens grootvader Mozes. In 1945 koos hij als tweede voornaam
de naam van zijn oudoom Eduard.
Moritz van Dam met zijn kleinzonen, Ben en Maurits, in 1925 (in hun geboortehuis aan de Prinsengracht in Amsterdam)
Bron: Ben de Vries

De tweelingbroers herinneren zich oma en opa (‘grootmoe en grootva’) goed. Ze logeerden een paar keer per maand in de weekends bij hen en
aangezien zij de enige kleinkinderen waren van Moritz en Jette, kregen ze veel aandacht van hen. Opa was een vriendelijke man en voor die tijd
was hij ontwikkeld. Zo kende hij Frans, hij leerde deze taal al als kind. Op de toiletdeur ten huize van Ben en zijn vrouw Annemarie staat in het
Frans 'op dit toilet  gaat elke kennis van de keuken verloren', een uitspraak van opa Moritz. Voor elke maaltijd vonden Maurits en Ben een briefje naast
hun bord met 'bon appetit'.

Ben en Maurits leerden fietsen in het Oosterpark, waar zij ook rupsen verzamelden en ze zagen dan hoe deze zich tot vlinders ontpopten. Met
Grootmoe gingen zij naar een winkel-bibliotheek in de naburige Andreas Bonstraat,  waar zij alle bekende kinderboeken leenden en verslonden
(meestal genesteld in het grote dubbelbed van de grootouders). Beiden bezochten hun kleinkinderen ook op hun jaarlijkse vakantie adres in Zandvoort.

Een emotionele herinnering blijft de Chanoeka-viering bij de grootouders. Opa stak de lichtjes aan van de  Chanoekia (kandelaar) - die zorgvuldig
bewaard wordt ten huize van Ben en Annemarie - en natuurlijk werd bij diegelegenheid het bekende Maoz Tsoer gezongen.

Oma Jette was een persoon die nadacht over de dingen. Met haar kleinzoons deed zij inkopen op zaterdagmiddag.Ze vertelde de jongens dat mannen
eigenlijk superieur waren, immers de beste koks en couturiers (mode-ontwerpers) waren mannen.
Jette van Dam-Hoofien 1863-1943
Bron: Ben de Vries

Oma Jette vertelde ook dat ze in haar jeugd in Steenwijk werd nagejouwd zoals  ‘Jood, Jood, Jodin, ik gooi je met een spin’. Ze had Moritz leren kennen
toen hij als handelsreiziger Steenwijk bezocht. Haar ouders en zijzelf noemden hem toen bij zijn achternaam 'Van Dam' en tot aan het eind van haar leven
is Jette haar man altijd zo blijven noemen. Ze sprak altijd met een duidelijk hoorbaar en charmant Overijssels accent, bijvoorbeeld in de naam van haar
geboortestad Steenwijk klonk de ‘ij’ als een ‘ie’.

Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak waren Moritz en Jette hoogbejaard. In de winter 1942-1943 werd Jette ziek en er werd besloten om in te trekken
bij hun dochter en schoonzoon in de Den Texstraat 30a in Amsterdam.Hun slaapvertrek bevond zich in de kelderverdieping, waar ook een schuilplaats
achter een losse garderobe werd ingericht.

Op 29 maart 1943 deden leden van de Duitse Sicherheitsdienst, de SS, samen met hun Nederlandse handlangers, een inval in de Den Texstraat en
omgeving om Joden te arresteren. Terwijl het gezin de Vries,met hun bezoekers Mies en Lie (Pareltje) - respectievelijk dochter en zuster van Jette –
gearresteerd werden,bleven Moritz en Jette in hun kelderkamer. Ze hadden niets gemerkt en waren niet in hun schuilplaats gevlucht. Nadat de arrestanten
in een overvalwagen met andere opgepakte Joden naar het hoofdkwartier van de S.S. in de Euterpestraat (na de oorlog Gerrit van der Veenstraat) werden
vervoerd, verlieten Moritz was, op hun leeftijd ongetwijfeld moeizaam naar hun woning op het ’s-Gravesandeplein. Zij hadden besloten de
overlevingsmogelijkheid van hun kinderen en kleinkinderen niet in gevaar te brengen. Ook kenden zij het lot van Bloeme, de moeder van hun schoonzoon
David de Vries, die nadat  zij een beroerte overleefd had, door de Nazi’s op een brancard uit haar huis aan de Amstelkade werd gesleept, samen met
andere leden van haar gezin.

In hun flat hadden Moritz en Jette een schuilplaats aangebracht, verstopt achter de hoge inmaakpotten in een klein vertrekje naast de keuken. Maar nog
voor de S.S. ophaal-trawanten op de avond van de 29ste maart 1943 op de deur van hun woning bonsden, hadden zij al besloten hun leven op eigen
manier te beëindigen. Zij gingen in hun bed liggen, namen een overgrote dosis slaapmiddelen in en stierven hand in hand.

De Duitsers eisten een speciale vergunning om enkele familieleden de begrafenis te Muiderberg te laten begeleiden.
Vergunning bijwonen Joodse familieleden van begrafenis Moritz en Jette op 5
april 1943 Bron: Ben de Vries

Wilhelmina (Mies), de lievelingstante van Maurits en Ben, en Tante Lie werden na enkele dagen via Westerbork naar Sobibor gestuurd, waar zij op 9 april
1943 de dood vonden. Lenny, David en hun zoons kwamen dezelfde dag van hun arrestatie vrij, dank zij een ’Ariër verklaring’ van Lenny. Na de oorlog
koos Ben de naam Willem als tweede voornaam – een levende herinnering aan zijn tante.

Ben en Maurits wonen nu, in het jaar 2010, al meer dan 50 jaar, in Israël. Zij zijn getrouwd en hebben tezamen 5 kinderen en 15 kleinkinderen, allen
wonend in Israël.

In de ‘Genealogie of M.E. de Vries and B.W. de Vries, a Personal Family History’, (Herzliya, July 1990) en in ‘David’s Diary’ (Herzliya 2008) is het merendeel
van bovenstaande feiten terug te vinden, alsmede andere gegevens over de familie en haar voorgeslacht.

.
Top of Page