GUTTMANN, WALTER

Walter Guttmann werd geboren in Duisburg, Duitsland, op 5 juni 1928. Zijn ouders waren Hermann Guttmann (Karbach, Beieren, 8.1.1888 – Duisburg,  29.12.1938) en Selma Löwenwärter (Castrop-Rauxel, 26.5.1893 –Duisburg, 19.6.1937). Walter had een jongere broer, Alfred (Duisburg, 21.2.1931 – Auschwitz, 10.9.1943)

Alfred en Walter Guttmann, ca. 1941 Bron: Walter Guttmann

Selma Frank Bron: Walter Guttmann

Selma Guttmann werd ziek op 43-jarige leeftijd. Toen haar moeder, Betty Löwenwärter, op 4 april 1937 haar 80e verjaardag vierde, was Selma er nog bij, maar een dag later werd ze in een ziekenhuis opgenomen en ze stierf twee maanden later. Hermann bleef alleen achter met twee zoontjes van respectievelijk negen en zes jaar. Gedurende de ziekte van Selma Guttmann en na haar overlijden, deed oma Löwenwärter het huishouden. Hermann wilde graag hertrouwen om een moeder voor zijn kinderen te hebben. Hij ontmoette in mei 1938 Selma Frank (Kirchberg, 2.3.1904 – augustus, 1977). Selma was een zuster van het hoofd van de Joodse school in Duisburg. Ze verloofden zich Soekoth 1938 en de trouwdatum werd vastgesteld voor 7 december 1938.

Inmiddels was Hermann tijdens de Kristallnacht (10 november 1938) opgepakt en werd naar Dachau gestuurd. Daar liep hij een bloedvergiftiging op. Hermann werd weliswaar ziek naar huis gestuurd, maar overleed een week later in een ziekenhuis. Direct na de arrestatie van Hermann kwam Selma Frank bij de Guttmanns in huis om oma met de huishouding en met de opvoeding van de kinderen te helpen.

Walter en Alfred werden op 31 maart 1939 op Kindertransport naar Nederland gestuurd. De Rabbijn van Duisburg, dr. Neumark, was speciaal naar Berlijn gereisd om voor hun vertrek te pleiten omdat ze wezen waren. Selma Frank loste samen met oma de huishouding op en ze vonden een flatje voor haar in het centrum van Duisburg in een huis waar alleen Joods families woonden (er liggen vijftien Stolpersteine voor het huis). Selma Frank slaagde erin om in juli 1939 naar Nederland te komen als huishoudster in een Joods pension in Rotterdam.  Intussen waren Walter en Alfred in het Joodse weeshuis in Rotterdam geplaatst en bleven daar een half jaar, tot ze werden ondergebracht bij twee verschillende pleeggezinnen in Haarlem.

In oktober 1940 werden alle Duitse Joden verplicht weg te gaan uit het kustgebied. Selma Frank had inmiddels van een mede-pensiongast het telefoonnummer van zijn zuster in Zwolle gekregen die haar direct liefdevol opnam. Veertien dagen later kwam Selma als huishoudster bij de familie Marcus in de Diezerstraat 22 in Zwolle, waar ze al gauw een lid van het gezin werd. Uiteindelijk dook Selma samen met de familie Marcus onder en ze overleefden allen de oorlog. Walter en Alfred moesten om dezelfde reden in mei 1942 uit Haarlem weg en kwamen weer bij verschillende gezinnen in Amsterdam. Alfred werd met zijn pleeggezin op 20 juni 1943 naar Westerbork gestuurd en vandaar op 7 september 1943 naar Auschwitz. Walter moest twee keer van gezin wisselen en werd uiteindelijk opgepakt op 29 september 1943, de vooravond van Rosh Hashana. Hij bleef  in Westerbork tot 15 februari 1944 en werd toen naar Bergen Belsen gestuurd (“ook een geluk, het had immers erger gekund”). Hij was toen bijna 16 jaar. Walter werd op 23 april 1945 door de Russen bij het dorpje Tröbitz bevrijd. Nadien liep hij vlektyfus op en werd in het plaatselijke ziekenhuis door Russische doktoren en Duitse hulpkrachten verpleegd. Hij bleef daar tot 23 juni 1945 en werd toen samen met andere patiënten door Amerikanen per vrachtauto naar Leipzig vervoerd. Van daar ging hij met een hospitaaltrein naar Nederland, waar hij op 1 juli 1945 aankwam. Na een verblijf van ongeveer twee weken in Limburg, kwam Walter op 15 juli in Amsterdam aan. Aangezien hij erg verzwakt was en moest aansterken, werd hij in het voormalige Portugese Israëlitische Ziekenhuis opgenomen.

Walter wist dat Selma Frank en Hilde en Leo Marcus de oorlog overleefd hadden en gaf een brief mee aan iemand die naar Zwolle ging. Hilde nodigde hem uit om naar Zwolle te komen, wat hij uiteindelijk begin augustus 1945 deed (via Enkhuizen met de boot naar Kampen en van daar met de trein naar Zwolle). Intussen hadden Mart en Jo Levie aangegeven graag een pleegzoon te willen hebben en na een paar weken kwam Walter bij hun.  Walter acclimatiseerde goed bij de Levies en in Zwolle. De verhouding tussen hen is altijd fantastisch geweest. Walter was sociaal van aard en hij maakte al snel contacten met mensen uit de Joodse gemeenschap.

Walter met Frances Marcus (boven), Riek Levie links en daaronder Els Salomons (later de Winter), rechts onder Lien Levie (later Kidar) Bron: Walter Guttmann

In oktober 1947 werd bij Walter tuberculose ontdekt. Hij werd tot mei 1950 verpleegd in het nood-sanatorium Zandhove in Windesheim. Na zijn genezing deed hij eindexamen op de Zwolse Rijks H.B.S., waar hij voor zijn ziekte al op school was geweest. Omdat ze graag met een Duits-Joodse man wilde trouwen,vertrok Selma Frank in december 1947 naar New York. Het afscheid viel Selma zwaar, mede omdat Walter ziek was. Maart 1948 trouwde Selma met Max Gruenfeld, die ze via een nicht had leren kennen.

Afscheid van Selma Frank, december 1947. Van links naar rechts: Judith, Leonie en Frances Marcus, Walter de Leeuw. Staand: Julius Cohn (uiterst links) Mart Levie, Bram Marcus (achter Mart), Hilde en Leo Marcus. Rechts achter staan: Jo Levie, Loes Marcus, Alix Cohn. Zittend: Lies de Leeuw, Alex Bouscher en Fien Marcus Bron: Walter Guttmann

Walter als jongeman in de jaren 50 Bron: Walter Guttmann

Walter in de jaren 60 in een Europees winterklimaat Bron: Walter Guttmann

Na zijn H.B.S.-tijd werd Walter door de jeugdvereninging Habonim (waar hij actief was) naar het instituut voor jeugdleiders uit het buitenland in Jeruzalem gestuurd. De bedoeling was dat hij daar een jaar zou blijven, eerst vijf maanden in Jeruzalem en daarna in kiboetsim. Maar na de cursus bleek dat de tuberculose was teruggekeerd en moest hij naar Zwolle terug. Eind mei 1952 werd Walter geopereerd. Hij moest tot zomer 1953 in Zwolle blijven om op te knappen. Daarna werkte hij voor Habonim (de voorwaarde om naar de cursus in Israël te worden uitgestuurd). Vanaf december 1954 tot mei 1957 had hij een baan bij het Israëlisch Consulaat in Amsterdam. In 1955 begon hij als werkstudent in Rotterdam economie te studeren. Het laatste jaar was hij volledig student. Na het behalen van het Baccalaureaats Examen (een semester na het kandidaatsexamen) emigreerde hij in december 1958 naar Israël.

In Israël koos Walter als beroep het bankwezen. Nadat hij anderhalf jaar bij de ‘Union Bank of Israel’ in Tel Aviv op de diamant-afdeling had gewerkt, stapte hij over naar de Export Bank die later samen met de ‘Foreign Trade Bank’ de ‘First International Bank of Israel’ zou gaan vormen. Bij de Export Bank maakte hij carrière en werd uiteindelijk procuratiehouder. Na de fusie werd hij afdelingschef van de Export afdeling met 18 man personeel.

Walter ging in 1975 met vervroegd pensioen, omdat de werkdruk hem te veel werd. Daarna heeft hij 3,5 jaar als project-manager (manusje-van-alles) gefungeerd bij de oprichting van Beth Juliana (Nederlands bejaardenhuis in Herzliah), alsmede bij de nieuwbouw van Beth Joles in Haifa. Na de opening van Beth Juliana in juni 1979 ging Walter een half jaar naar Nederland. Na terugkomst werd hij gevraagd om in het hoofdbestuur van de Irgoen Olei Holland zitting te nemen en daarna in het bestuur van Beth Juliana, waar hij zeven jaar bleef. Ook naderhand had hij altijd veel contact met de bewoners van dit huis en het was duidelijk dat hij daar zijn oude dag zou slijten. Toen de nieuwbouw van Beth Juliana klaar was, besloot Walter om dit voornemen te realiseren en sinds 1999 woont hij daar. Walter hield enorm van reizen, maar kan dat helaas vanwege zijn gezondheid niet meer doen. Hij houdt van klassieke muziek, theater en bioscoop, speelde enthousiast bridge en interesseert zich voor mensen en dingen.

Op 29 april 2010 kreeg Walter een lintje van de Nederlandse Koningin als blijk van dank voor al het vrijwilligerswerk voor de Nederlandse gemeenschap in Israël. Hij werd benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau. Deze oorkonde werd uitgereikt tijdens de jaarlijkse, traditionele Koninginnedagviering bij de Nederlandse Ambassadeur in Herzliah.

Walter werd toegesproken door de Nederlandse psicolog leeuwarden , Michiel de Hond Bron: Riek Levie